Paul Frissen Verlangen naar transparantie en belang van geheimen

Bespreking van Paul Frissen Het geheim van de Laatste Staat. Kritiek van de transparantie
We lazen van Frissen al Paul-Frissen-2-Foto-Ben-Bergmanshet boek De fatale staat en dat wekte verwachtingen. In dat boek gaat hij in op het functioneren van de staat in de relatie tot het opkomend populisme. Verhelderend was daarin zijn beschrijving van de functie van het politieke spel als het gaat om het representeren van maatschappelijke thema’s die door groepen in de samenleving worden ingebracht en de goede bestuurlijke houding die daar bij past. Een strategie die daarbij opviel was die van het ‘bestuurlijk aanmodderen’. Dat wil zeggen dat niet alles in de maatschappij maakbaar en direct oplosbaar is en dat je als bestuurder vaak moet kiezen uit de minst slechte oplossing. Zie.
Frissen is o.a. hoogleraar bestuurskunde aan de Tilburg University en dat geeft opnieuw richting aan zijn zoekvraag die hij als volgt omschrijft. „Waar het in dit boek om gaat: de politiek-filosofische vraag naar de betekenis van staatsgeheimen in het functioneren van de staat en de betekenis van die geheimen voor de vrijheid van de burger.”streng geheim
Zonder geheimen is de burger niet vrij, en zonder geheimhouding kan de staat de vrijheid van de burger niet beschermen.’ Juist een waarachtig privéleven eist op gezette tijden dat de staat het geheim van de burger beschermt door zelf geheimen te hebben.

Voor groepen die dit boek willen gaan lezen een paar eerste indrukken:
– Opnieuw geeft Frissen een brede beschouwing over het thema geheimen, staat, vrijheid enz. Hij gebruikt geschiedenis, cultuuranalyse, filosofie als bronnenmateriaal.
– Hij doet dat op een wat belerende toon en dat maakt het boek wat droog. Dit komt ook doordat hij met weinig praktische voorbeelden komt.
– Met name in het laatste hoofdstuk geeft hij een samenvatting van zijn boek en dat is ook het meest filosofisch gekleurd. Hij geeft geen directe oplossingen, maar maakt via paradoxen de verschillende posities helder.
– Frissen herhaalt zijn argumenten iets te veel. Dit gaat op den duur wat irriteren.
– Toch waren we positief omdat, ondanks de droogheid, de schrijver een aantal handreikingen aan biedt voor het omgaan met en het inzien dat voor vooral de burger het hebben van geheimen van groot belang is, omdat omgekeerd totale transparantie leidt tot een totalitaire staat en het ontbreken van vrijheid. Het is functie van de staat om dit te waarborgen en daarvoor heeft de staat een zekere afgeschermde ruimte en geheimhouding nodig. Vooral de achterliggende bronnen en functies van het thema komen uitgebreid aan bod.
– Kortom een breed cultureel filosofisch werkstuk dat, als je hier interesse in hebt, veel te bieden heeft. Maar dat vereist wel wat leesconcentratie.

Opzet.
de cirkel aDe schrijver begint na een inleiding met een beschrijving van het verlangen naar transparantie, maatschappelijk en cultureel, maar ook de functie van transparantie in het democratisch proces. Vervolgens toont hij met een beschrijving en analyse van het boek De cirkel aan wat de gevaren zijn van radicale transparantie en onttovering. In hoofdstuk drie en vier gaat het om de staat als mystiek lichaam en het belangen van de machthebber/ de staat om geheimen te hebben. In hoofdstuk vijf gaat hij op onderzoek uit bij de veiligheidsdiensten en spreekt hij met werknemers over het feitelijk functioneren van de cultuur, de werkwijze en benodigde ‘checks en balances’ van dit apparaat. In het laatste hoofdstuk maakt hij de balans op door vier paradoxen te beschrijving in de verhouding tussen burger en staat als het gaat om vrijheid, privacy en geheimhouding.

Hierbij de thema’s die bij mij zijn blijven hangen.

De ‘Laatste Staat’.
In de paragraaf waar Frissen de titel van zijn boek toelicht wordt de hoofdlijn van zijn boek snel duidelijk. Totale transparantie levert een vlakke samenleving op. Ontdaan van mysterie en het raadsel dat het leven is. De mens in zo’n samenleving wil geen vrijheid, maar verzorging. De mens- en maatschappijvisie van Frissen is anders. ‘De vrijheid van de burger maakt dat strijd en onenigheid tot de universalia van het politieke behoren. Daarom is er een staat die in laatste instantie het geweld kan uitoefenen noodzakelijk ook om de vrijheid van de burger en diens geheimen te beschermen’. De vrijheid van de burger in de democratische rechtstaat vraagt om bescherming. Daarom is handhaving en het machtsmonopolie van de laatste instantie – de staat nodig. Dit geweld, evenals hetgeweldsmonopolie. strafrecht is nodig in laatste instantie als laatste middel dat de staat altijd kan inzetten. Dit recht geldt ook als eerste instantie en gaat aan macht en recht vooraf. Het begrip ‘laatste’ slaat ook op ons menselijk samenleven dat uiteindelijk gaat om leven en dood, ofwel vrijheid en geweld. Als je het functioneren van de staat even los ziet van beleid, bemoeienis en beloften en kijkt naar de zaak van het goede leven van burgers en hun vrijheid dan rest de staat slechts handhaving van de maatschappelijke orde.

Het verlangen naar transparantie
Dit verlangen fundeert hij in de Verlichting waar rationele kennis en vooruitgang, inzicht bood maar ook vrijheid ten aanzien van een mythische religieuze levensopvatting. De verlichting ligt niet alleen ten grondslag aan wetenschap en technologie, maar ook aan de inrichting van sociale en culturele instituties zoals de democratie en de bureaucratie. transparantie2Ze wil bijdragen aan onthulling. Het  zichtbaar maken heeft ook alles te maken met beheersing. Ze vormen een twee eenheid. De droom van de rationaliteit is kennismacht: meten is weten, weten is begrijpen, begrijpen is beheersen, beheersen is corrigeren, corrigeren is verbeteren, en verbeteren is interveniëren omwille van het betere. Er is een sterke relatie tussen begrijpen en ingrijpen en macht. De verlichte macht van de moderniteit is de juiste manier van kijken (moreel juist) omdat ze zichtbaar en voor iedereen grijpbaar is. ( Is anti hiërarchisch) De denkende mens neemt de plaats van God over. Zijn rationaliteit is verklaring, rechtvaardiging en richtsnoer tegelijk. Als de macht verdwijnt en de rationaliteit heerst, wordt alles transparant. Deze rationele vertelling hoort bij de parlementaire democratie. Er is sprake van een volksvertegenwoordiging, een grote nadruk op openbaarheid, het debat vindt plaats in een open publieke ruimte, het gaat over verantwoorden, informatie opvragen. De burger mag alles van het bestuur weten, maar de bestuurder zo weinig mogelijk van de burger (privacy). Frissen verwijst ook naar de socioloog Max Weber, die de modernisering en ‘onttovering’ van de wereld beschreef als het idee dat ‘er per definitie geen geheimzinnige en onberekenbare machten zijn die een rol spelen, maar dat we integendeel alles – in beginsel – door berekening zouden kunnen beheersen’. Hier zien we al de kiemen van de transparantie-mythe, die in laatste instantie een beheersings- en maakbaarheidsmythe is.
Volgens Frissen kenmerken twee lijnen het huidige moderne denken over transparantie. Alles kunnen weten is dus de grote belofte van de verlichting. De werkelijkheid is recht op informatierationeel kenbaar dus is het ook gerechtvaardigd om alles te onderzoeken en te beheersen. Daar komt het emancipatoire karakter van de transparantie bij. De klassieke heerser of paus handelt voor en namens een onderdaan. De moderne burger wil juist dingen voortaan zelf weten en bepalen. Dit is het tweede kenmerk van onze tijd dat het verlangen naar transparantie versterkt.

Totale transparantie als utopie/dystopie
Frissen beschrijft enkele voorbeelden uit de romanliteratuur waar zo’n ideale toekomstige transparante wereld in beschreven wordt.
boek cirkelEen daarvan is De Cirkel van Dave Eggers. Een jonge vrouw gaat werken bij een Google’achtig bedrijf dat is gericht op verzamelen, distribueren en exploiteren van communicatie, informatie en data. Ze werkt op de afdeling klantenservice en raakt steeds meer verstrikt in de controlesystemen van het bedrijf. Niet gek want de uitgangspunten in de organisatie zijn: geheimen zijn leugens; delen is meeleven; privacy is diefstal. Kortom een wereld met veel technologische vernieuwingen (overal camera’s, programma’s om kindermisbruik af te schaffen, een horloge dat hoort of kinderen voldoende woorden per dag horen enz. Kortom allemaal nieuwe innovaties want de wereld moet beter worden, maar dit vereist wel volledige openheid en transparantie. En tragisch is dat de hoofdpersoon volledig mee gaat met dit utopisch beeld.
Frissen ziet in de utopie van De Cirkel een herkenbaar patroon. Allereerst een verlangen naar orde in de wanorde, een wereld zonder gebrokenheid, politiek en conflict. De toekomst begint nu en vraagt om een radicale transformatie en meestal een ontkenning van het verleden. Het tweede is de nadruk op techniek en maakbaarheid dat hij ziet als een erfenis van de verlichting. De magie en het religieuze wordt ontvoerd. (Weber). Het geloof in de vooruitgang is een voortzetting van de christelijke heilsleer, waarbij het heil nu dan wel binnenkort gerealiseerd gaat worden. In De Cirkel wordt regels de cirkelgesproken over een Tweede verlichting, waarin alle kennis ontsloten gaat worden en toegankelijk gemaakt. Dit samen gaan van rationaliteit, redelijkheid en rechtvaardigheid is uiteindelijk een metafysische overtuiging, een vooruitgangsdenken. Maar en dat is haar zwakte, ze biedt geen ruimte aan hartstocht, schaamte, moraal, kwade bedoelingen of hedonisme.

In een wereld van glas en spiegels is alles transparant, direct en duidelijk. Alles moet in het licht gesteld worden. Het gaat om het positieve en onmiddellijke. Ook is er een relatie met prestatie. In de prestatiesamenleving moet er voortdurend een positief beeld van onszelf gerepresenteerd worden. De transparantie op Facebook is mede daarom volgens Frissen een uiterst vermoeiende activiteit.
In De Cirkel wordt ook een oproep gedaan voor directe democratie ofwel Doe-mocratie. Door de technologische mogelijkheden kunnen burgers onmiddellijk en direct hun mening kenbaar maken. Frissen ziet zo’n systeem zonder representatie als een populistisch verlangen.
Tenslotte stelt hij dat een samenleving als een cirkel perfect is en geen ruimte laat voor het afwijkende. Perfectie is totaliteit, is geslotenheid. Er is geen ruimte voor verschillende opvattingen en gezichtspunten. De totale transparantie is vanwege de gelijkschakeling middelmatig.
oogIn deze cultuur van transparantie is het recht op geheimen en duisternis verdwenen. Wie iets te verbergen heeft, niet alles wil delen wordt gewantrouwd. Het accent ligt dan teveel op de transparante mens, gemeenschap, lotsverbondenheid en uniformiteit. Het individu staat in het volle licht maar het afwijkende wordt gedisciplineerd. Frissen ziet deze lichtheid als zwaar, drukkend en het leidt volgens hem tot narcisme. Hij schrijft: ‘Liegen in de vorm van een zelftevreden, geëmancipeerde identiteit is bonton, maar liegen in de vorm van geheimhouding is ofwel een indicatie van strafbaarheid, ofwel een ontkenning van de echte waarheid’. P.97.

De staat en de vrijheid van de burger
Het slothoofdstuk is een goede samenvatting van het boek. Frissen benadrukt opnieuw dat het verlangen naar transparantie net zo goed totalitaire trekjes heeft als de geslotenheid van totalitaire regimes. De gezochte middenweg bestaat uit het ‘uithouden’ van een aantal paradoxen.
Uitgangspunt in zijn betoog is het recht op privacy van de burger. Frissen gebruikt daar voor de secrets)denkbeelden van Isaia Berlin over positieve en negatieve vrijheid. Zie. Negatieve vrijheid is het zo weinig mogelijk ingrijpen in het leven van mensen zodat zij beschermd worden en hun privéhandelen niet bekend wordt. Denk aan het recht om te doen wat afwijkend is, zelf de vrijheid hebben het goede leven te bepalen en tenslotte het recht op geheimen. Juist door als overheid niets te doen wordt de individuele vrijheid van mensen vergroot. Dit staat tegenover positieve vrijheid. In die opvatting wordt er door mensen en de staat gewerkt aan autonomie, eigen meesterschap en zelfbestuur van mensen door allerlei maatregelen. Denk aan positieve discriminatie, sociale maatregelen vanuit de verzorgingsstaat. Frissen is hier geen voorstander van, omdat het sterk ideologische geladen is en leidt tot excessen en controle, waardoor de vrijheid helemaal niet bevorderd wordt. In de opvatting van Frissen moet de staat zich terughoudend opstellen en alleen op hoofdlijnen sturen. De laatste staat moet juist de negatieve vrijheid beschermen. De burger heeft recht op geborgenheid, verborgenheid en substantiële eigen ruimte. Deze privacy is een geheimendemocratisch recht.
De paradox die hij beschrijft is de volgende: de burger heeft recht op geheimen. Om dit te beschermen heeft de staat eigen geheimen nodig (geheime dienst, politie en als laatste het geweldsmonopolie) maar dit is altijd een spanningsvol veld. Verder veronderstelt dit evenwicht constitutioneel besef, vertrouwen van de burger, regels en wetten, besef van de zwaarte van bevoegdheden en besef van grenzen en taboes. In een totalitaire staat is juist dit evenwicht uit balans door het ontbreken van de controlerende mechanismen.
De balans kan ook uit evenwicht raken door een overdreven zucht naar transparantie die  het belang van representatie ontkend. Een democratie functioneert als de politiek en de rechterlijke macht vanuit distantie en afstand de feiten beschouwen en interpreteren. Dit gaat in tegen het verlangen van onmiddellijkheid en maakbaarheid van het populisme. Het verlangen naar transparantie ontkent de esthetica van de onthechting, de gebrokenheid als aspect van het mysterie van het leven. Juist omdat menselijk gedrag diffuus is en heteronoom en omdat groepen in de maatschappij verschillende belangen en visies hebben is er een staat nodig die vanuit distantie ordent en indien nodig geweld mag inzetten. Het evenwicht wordt ook verstoord door een staat die een te grote rol neemt. Frissen spreekt over ‘het recht op vetzucht’ van de burger als de overheid zich te paternalistisch opstelt en zich via preventie zich te veel bemoeit met persoonlijke keuzes.
Een sterke staat heeft geheimen nodig om de wet en de rechtstaat te bewaken, om de populisme 4stabiliteit en de veiligheid van de staat zelf te bewaken. En tenslotte om de veiligheid van de burger te beschermen heeft ze ook soms de geheimen van de burgers nodig. Maar voor dit alles is begrenzing noodzakelijk.

Uit de bespreking.
• Frissen laat goed zien wat de gevaren zijn van totale transparantie. Het verdwijnen van schoonheid, het magische en verschil. Kortom vervlakking van het leven. Totale transparantie is een dictatuur.
• Overigens vroegen we ons af of totale transparantie wel mogelijk is. Mensen kunnen altijd dingen verbergen.
• Het boek geeft veel achtergrondinformatie. Bijv. de geschiedenis van de geheimhouding.
• Het boek zet aan het denken. Je weet wel dat privacy belangrijk is, maar kunt dat niet goed argumenteren. Frissen geeft je een aantal belangrijke begrippen. In het boek lees je tussen de regels zijn persoonlijke standpunt. Hij heeft een enigszins liberale maatschappijvisie, kiest voor een kleine rol voor de overheid en vindt dat burgers het recht houden op ‘vetzucht’. Vandaar de grote nadruk die hij legt op de negatieve vrijheid van Berlin. Dat is een gezond tegengeluid als het gaat om de neiging van gemeenten en zorginstellingen om zich te nadrukkelijk met bijvoorbeeld de leefstijl van de burgers te bemoeien.
• Het boek gaat niet uitgebreid in op praktische vraagstukken. Je schrikt als je weet dat er wifi-trackers zijn in steden die het signaal van je mobiele telefoon oppikken om te zien waar je bent en welke winkels je bezoekt. Als het gaat internetspionage vindt Frissen bijvoorbeeld dat de NSA te ver ging, tegelijk noemt hij de idealen van Edward Snowden naïef. Maar zonder Snowden hadden we nooit zoveel geweten over de NSA als we nu doen. De vraag blijft dus: hoe ver mogen burgers en de staat gaan in hun transparantiedrift, en wie moet dat controleren? Hij had hier meer afwegingen kunnen geven en het boek wat praktischer kunnen maken.
• We waren het eens dat vertrouwen gebaat is met niet alles weten. Zowel persoonlijk als op het niveau van de staat. Maar zeker als het gaat om de staat zijn er wel beveiligingen nodig. Dat is een kwetsbaar iets. Denk aan de trends in Amerika rond alternatieve feiten. Het is niet gek dat Frissen als hoogleraar bestuurskunde opkomt voor de sturende bewakende rol van de staat.

franse revolutieFrissen heeft volgens mij een belangrijk thema bij de kop gepakt. Hij geeft veel informatie en materiaal voor een goed gesprek. Ook zoekt hij naar de filosofische argumentaties die op de achtergrond spelen als is dat beperkt. Er is bij dit thema geen eenduidige simpele waarheid te formuleren. Frissen lost dit op door te spreken over paradoxen. De spanning tussen privacy van de burger en het recht op geheimhouding en het machtsmonopolie van de staat vraagt om permanente alertheid van burgers, maatschappelijke organisaties, politici, ambtenaren en journalisten.

Verder zoeken:
https://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2016/24-januari.html
https://www.socialevraagstukken.nl/recensie/het-transparantiespook-van-paul-frissen/

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s