Paul van Tongeren Nietzsche. Arts en patiënt van zijn tijd

schilderij

Paul van Tongeren schreef een klein inleidend boekje over het leven van de filosoof Nietzsche en de belangrijkste thema’s in zijn werk. We kwamen het denken van Nietzsche als eerder tegen in het boek Blijf de aarde trouw van Henk Manschot en lazen hoe hij door in de bergen en langs de zee te wandelen een voortdurende stroom van gedachten weet op te roepen. Gaat Manschot uit van de tekst Also sprach Zarathustra, van Tongeren probeert het leven en denken van Nietzsche te beschrijven en bij elkaar te brengen. Hij doet dat vrij chronologisch en besteed aandacht aan het gezin waar Nietzsche in geboren wordt als zoon van een dominee, zijn studietijd en aanstelling als hoogleraar klassieke filologie in Bazel, zijn vriendschap met Wagner en de inspiratie die hij krijgt door het lezen van Schopenhauer. Daarna komen de belangrijkste denklijnen aan bod en tenslotte eindigt zijn werkzame leven met een psychische ineenstorting in Turijn waarna hij in Duitsland tot zijn dood verzorgd wordt door zijn moeder en zus . Van Tongeren besteedt, en dat is informatief, ook aandacht aan de rol van Elisabeth, de zus van Nietzsche, die zich sterk bemoeit heeft met de redactie van zijn boeken. Zij putte bijvoorbeeld uit de vele teksten en aantekeningen en kwam tot een zogenaamd hoofdwerk ‘Der Wille zur macht’ dat een jaar na zijn dood veel interesse kreeg. Mede door de goede respons werd dit boek verder aangevuld en vanwege haar sympathie voor het nationaal socialisme werden gedachten van Nietzsche in dat kader geplaatst. Pas in 1969 werd de mythe van dit zogenaamde hoofdwerk ontmaskerd.

schilderijPaul van Tongeren schreef een klein inleidend boekje over het leven van de filosoof Nietzsche en de belangrijkste thema’s in zijn werk. We kwamen het denken van Nietzsche als eerder tegen in het boek Blijf de aarde trouw van Henk Manschot en lazen hoe hij door in de bergen en langs de zee te wandelen een voortdurende stroom van gedachten weet op te roepen. Gaat Manschot uit van de tekst Also sprach Zarathustra, van Tongeren probeert het leven en denken van Nietzsche te beschrijven en bij elkaar te brengen. Hij doet dat vrij chronologisch en besteed aandacht aan het gezin waar Nietzsche in geboren wordt als zoon van een dominee, zijn studietijd en aanstelling als hoogleraar klassieke filologie in Bazel, zijn vriendschap met Wagner en de inspiratie die hij krijgt door het lezen van Schopenhauer. Daarna komen de belangrijkste denklijnen aan bod en tenslotte eindigt zijn werkzame leven met een psychische ineenstorting in Turijn waarna hij in Duitsland tot zijn dood verzorgd wordt door zijn moeder en zus . Van Tongeren besteedt, en dat is informatief, ook aandacht aan de rol van Elisabeth, de zus van Nietzsche, die zich sterk bemoeit heeft met de redactie van zijn boeken. Zij putte bijvoorbeeld uit de vele teksten en aantekeningen en kwam tot een zogenaamd hoofdwerk ‘Der Wille zur macht’ dat een jaar na zijn dood veel interesse kreeg. Mede door de goede respons werd dit boek verder aangevuld en vanwege haar sympathie voor het nationaal socialisme werden gedachten van Nietzsche in dat kader geplaatst. Pas in 1969 werd de mythe van dit zogenaamde hoofdwerk ontmaskerd.

De thema’s waar Nietzsche zich mee bezig heeft gehouden zijn zeer divers en diepgaand. Het is ook niet zinvol het boekje van van Tongeren samen te vatten. Ik laat thema’s zoals beschreven in Ecce Homo en Der Antchrist links liggen en kies er voor om in te zoomen op het thema van hoofdstuk 5. Het Europees Nihilisme omdat het denken over Nietzsche zijpessimisme en nihilisme als cultuuranalyse een rode draad is in de denkontwikkeling van Nietzsche, maar ook omdat het thema veel aandacht krijgt in het boekje.

Het denken over nihilisme begint volgens van Tongeren met het feit dat N. zich meer en meer bewust wordt van hoe afhankelijk hij is van zijn twee helden. Wagner en Schopenhauer. Hij gaat de muziek en gedachten van hen doorzien als een romantisch verlangen naar een overwinning van alle verscheurdheid. Het verlangen naar de eindeloze melodie of de eenheid van dingen. Hij wordt zich bewust van het verschil tussen het pessimisme van de Griekse denkers van voor Socrates en Plato en het denken van bijvoorbeeld Schopenhauer en zijn romantisch verlangen.

Hij benoemt daarbij dat er twee soorten pessimisme zijn. a. De krachtige versie waarin het problematische van het bestaan wordt erkent. En b. de zwakke versie. De mens die hier voor kiest probeert het problematische weg te werken. Dit kan bijvoorbeeld door de socratisch moraal en dialectiek of door de constructie van een ‘goede mooie werkelijkheid’.

Vervolgens gaat Nietzsche in plaats van het woord pessimisme het woord nihilisme gebruiken. Dit staat voor het besef dat de werkelijkheid niet mooi, goed, ordelijk of inzichtelijk is. Volgens van Tongeren onderscheidt Nietzsche daarbij a. goede manieren. Dit zijn de Grieken van de voor-klassieke beschaving, de Presocraten (als mythisch verleden) en de profetische figuur van Zarathustra. (als profetisch toekomstbeeld) Daarnaast zijn er de al genoemde zwakke en zieke manieren. Met dit als achtergrond haalt Van Tongeren uit de teksten van Nietzsche drie vormen of fasen van het nihilisme.

  1. De pre-socraten

De denkers uit deze periode gaan er van uit dat het leven geen zin heeft, dat de werkelijkheid een chaos is en de geschiedenis geen doel heeft. De antwoorden die er te geven zijn worden getoond in de open artistieke manier van het tragedie toneelspel. Dat is de manier om het ‘menselijk ongeluk’ op een afstand te bezien.

2. De tweede fase: Socrates, christendom en anderen

socrates twee vragenSocrates zoekt volgens Nietzsche in zijn gesprekken op straat naar verklaringen en wel een manier van denken die ‘het probleem wegneemt’. Plato doet vervolgens als zijn pleitbezorger hetzelfde. De logica van deze filosofen is dat chaos, doelloosheid en zinloosheid een vergissing is en een gebrek aan inzicht. Het leven lijkt chaotisch en zinloos, MAAR de filosofie helpt om te doorzien dat er ‘ware’ kennis en ‘echte’ werkelijkheid is. En via de wetenschap, godsdienst, kunst en moraal kunnen we deze werkelijkheid leren kennen. Het accent verschuift daarmee van de ervaring en de zintuigen van de pre-socraten naar wat er achter- boven – onder – tussen de ervaringen zit als echte waarheid en kennis.

Op deze manier negeert of ‘annileert’ de mens alles wat mensen zelf denken te weten en ervaren. Plato laat zien hoe de ware kennis van anderen van de ‘echte werkelijkheid’ bereikbaar is door de wijze. Vervolgens ‘democratiseert’ het christendom dit elitaire denken. Het is een platonisme van het volk. Door de popularisering van moraal, religie, kunst en wetenschap is er zo’n 2000 jaar lang een verdedigingswal tegen het 1e nihilisme gevormd.

3. De derde fase van het nihilisme is de dood van God.

Nietzsche denkt verder door over hoe deze verdedigingswal van de tweede fase in de cultuur functioneert. Nietzsche is doodHet gaat zowel om een persoonlijke reflectie als een beschouwing van de cultuur. Als Nietzsche de dood van God beschrijft dan is het volgens hem de mens die verantwoordelijk is voor deze dood. Nietzsche vertelt het verhaal van de man die op de markt treurt om de dood van God, maar de mensen lachen de man uit omdat ze allang niet meer in God geloven:

‘Hier zweeg de dwaze mens en keek zijn toehoorders weer aan: ook zij zwegen en keken verbaasd naar hem. Uiteindelijk wierp hij zijn lantaarn op de grond zodat die in stukken brak en uitdoofde. ‘Ik kom te vroeg, zei hij toen, het is nog niet mijn tijd’.

Volgens Van Tongeren bedoelt de filosoof met de dood van God niet dat de mens in een Opperwezen geloofde dat eens bestond en nu verloren is gegaan. Integendeel: het gaat erom dat de mens de zin van zijn leven ontleende aan een illusie, een ‘niets’. De persoon die zich dit werkelijk realiseert, stort in een diepe crisis omdat hij beseft dat al zijn normen en waarden geen fundament hebben. Of, zoals Nietzsche het zelf formuleert: ‘Als men het zwaartepunt van het leven niet in het leven plaatst maar in een “aan gene zijde” − in het niets −, dan heeft men het leven überhaupt zijn zwaartepunt ontnomen.’ De mens moet volgens Nietzsche leren dat het leven om het leven zelf draait en zich niet moet laten bedwelmen met droombeelden zoals God of een hogere bestemming. Als hij zich op dit ‘niets’ richt, ontkent hij juist het leven. Volgens Nietzsche ligt het niets dan ook buiten het leven, maar kan de ervaring hiervan de mens paradoxaal genoeg wel helpen om het nihilisme te overwinnen.

De filosoof stelt dat het nihilisme voortkomt uit een ‘wil tot het niets’ die tegengesteld is aan het leven: de wil tot macht. Deze wil tot het niets is ontwikkeld door de ‘uitgeputten’ of volgelingen van de christelijke moraal, die de empirische wereld niet kunnen accepteren omdat zij vol leed is. Zij stellen dat er in de lijn van Plato en het Christendom een hogere, ware wereld moet bestaan waarin niemand lijdt. In Nietzsche’s vocabulaire is dit een soort decadentie: de mens wendt zich af van het leven en ontneemt zichzelf zo de wil tot macht. Hij laat zich niet langer leiden door zijn natuurlijke instincten, maar wordt een kuddemens die slaafs de christelijke moraal volgt.

9782246801092-x_0Van Tongeren schrijft dat ‘de verdedigingswal (van de 2e fase) sterk genoeg is om enige stormen te doorstaan, maar geleidelijk aan zullen er barsten verschijnen en zal het gebouw gaan afbrokkelen. Dat verval kan misschien nog gevierd worden, maar het zal geleidelijk zijn ondermijnende en verlammende werk doen. De essentie van het leven zonder God is het waardeloos worden van waarden. Het zijn juist de waarden die ons in de 2e fase van het nihilisme hielpen om het eerste nihilisme te overleven. In de nieuwe 3e fase zal het nihilisme verborgen gaan onder ontkenningen en surrogaten en ook in onze tijd zou Nietzsche deze surrogaten herkennen. Van Tongeren denkt dan voor onze tijd aan: Mensenrechten, het utopisme van de milieubeweging of de eerbied voor de wetenschap. Dan zullen de ontmaskeraars van deze ideologieën nihilisten genoemd worden. Het zijn ‘de anderen’ die zich niet storen aan God noch gebod. De jongeren die niet willen werken of de bankdirecteuren die zich niet aan de codes van goed bestuur houden.

Dit is wat van Tongeren het passief nihilisme noemt. Het tekent degene die lijdt aan het teloorgaan van de vertrouwde oude wereld. De actieve nihilisten zijn degenen die actief de vertrouwde dingen in de wereld willen vernietigen. Denk aan de anarchisten, maar ook eigen actieve houding van Nietzsche als vrije geest met zijn kritiek op de idolen van zijn tijd. Maar, zo constateert van Tongeren,  verraadt de agressie in het ontmaskeren en kritiek hebben vaak een eigen ander geloof of houvast.

Nietzsche ziet zichzelf als kind van zijn tijd. Maar als filosoof wil hij zich verweren tegen de aanspraken en normeringen. Als filosoof is hij het slechte geweten van zijn tijd. Hij moet de ziekte van de cultuur in zichzelf herkennen en bestrijden. Hij is patiënt en dokter tegelijk. Nietzsche overwint in deze derde fase van het nihilisme de ziekte voor een deel. De arts is verder dan de patiënt. Maar hij zit ook vast aan dat wat hij heeft overwonnen en dat hij gehecht blijft aan waar hij niet meer in kan geloven. Van Tongeren laat bijvoorbeeld zien hoe Nietzsche in gesprek is met de denkbeelden en persoon van Wagner, Socrates en Jezus en dubbel is in het ontmaskeren en bewonderen. Over Socrates schrijft hij: ‘Socrates is mij, eerlijk gezegd, zo nabij dat ik bijna voortdurend een gevecht met hem voer.’

gezichtenHet nihilisme van Nietzsche in deze derde fase eindigt met een soort impasse. Hij ontmaskert alle constructies, religie, filosofie of het ideaal van de waarheid en geeft gehoor aan een meedogenloze eerlijkheid in zijn ontmaskering van morele deugden, plichten en idealen. De mens is een vraagteken geworden. Door de ondermijning van het vertrouwen in ons kennen, handelen en geloven ontstaat een situatie van argwaan jegens onszelf die, zo voorspelt hij, de Europeanen in de toekomst in z’n greep zal krijgen. Opnieuw enkele citaten:
‘of je schaft de idealen af die je vereert of jezelf!. Het laatste zou nihilisme zijn; maar zou het eerste ook niet nihilisme zijn? – Dat is ons vraagteken’.

‘Ik beschouw het leven zelf als instinct tot groei, tot bestendigheid, tot opeenhopen van krachten, tot macht: waar de wil tot macht ontbreekt, daar is verval. Ik beweer dat het alle hoogste waarden van de mensheid aan de wil ontbreekt, – dat de heerschappij gevoerd wordt door de waarden van het verval, nihilistische waarden onder de heiligste namen’.

Van Tongeren erkent dat Nietzsche dubbel is. Hij komt op voor waarden als vrijheid, jezelf steeds opnieuw uitvinden, maar tegelijk zijn dit (vrijheid, jezelf uitvinden) ook weer denkconstructies. Het is een paradox. Hij proclameert de dood van God en is tegelijk verdrietig om diezelfde afwezigheid van God en de maatschappelijke consequenties dit dat heeft.

Van Tongeren zegt over de laatst geschreven boeken van Nietzsche (Ecce Homo, de Anti-Christ) dat ze het moeilijkst zijn om te interpreteren. Ze staan vol met tegenspraken, zijn extreem en extatisch. Ze gaan over hemzelf, hij schreeuwt en smeekt om niet misverstaan te worden. Het kan een voorafschaduwing zijn van de psychische ineenstorting in Turijn op 3 januari 1889. In Ecce Homo staat bijvoorbeeld de volgende tekst:

‘En desondanks of juist niet desondanks – niets was tot nu toe immers leugenachtiger dan heiligen – spreekt uit mij de waarheid. – Maar mijn waarheid is angstaanjagend: want tot nu toe heette de leugen waarheid. – Omwaardering van alle waarden: dat is mijn formule voor een daad van hoogste zelfbezinning van de mensheid, die in mij vlees en genie is geworden’.

Uit de bespreking

449678dc54a33fe24edb8d2769c50687We waren met elkaar van mening dat van Tongeren een mooi klein compact makkelijk leesbaar boekje heeft geschreven. En ook de samenvatting in de Senia reader gaf ons een goed inzicht. Wat in eerste instantie blijft hangen is hoe dramatisch het leven van deze filosoof is geweest, maar ook hoe productief met 3500 pagina’s publicaties en 5000 pagina’s nagelaten aantekeningen. En dat in een tijd zonder computer. De radicaliteit van zijn denkbeelden en de impact op generaties na hem is immens. We noemden zijn invloed op het existentialisme het het deconstructivisme. We wisten niet goed of hij het is geweest die de ‘dood van God’ breeduit bekend maakte. Een paar punten uit het gesprek:

  • We besteedden wat aandacht aan de aantrekkelijkheid voor Nietzsche van de pre-socraten. Het gaat om het dionysische (het dierlijke en de drift) en het apollinische (wat staat voor de rede en logos) Doordat in de loop van de geschiedenis het accent meer is komen te liggen op redelijke, rationele zijn we ons volgens Nietzsche gaan vervreemden van het dierlijke, primitieve. Juist in de Griekse tragedies gaat het om dat voor rationele. Het lot dat je kan treffen, het aanvaarden dat er geen nut of bedoeling is.
  • Samen zochten we naar wat Nietzsche bedoeld kan hebben met de Ubermensch of toekomstige mens. We dachten aan een mens die durft te leven in een wereld zonder idealen of waarden, en die het lot aanvaardt (amor fati) en datzelfde leven toch kan omarmen en zijn of haar eigen ding kan doen. Als voorbeeld werd de arts genoemd in het boek De Pest van Albert Camus.
  • Het probleem is dat de filosoof geen gesloten betoog heeft achtergelaten, wat maakt Nietzsche niet zo makkelijk te grijpen valt. En ook de drie fasen van nihilisme, die zo verschillend zijn van achtergrond worden allemaal nihilistisch genoemd. We beaamden wat van Tongeren over de stijl van Nietzsche schrijft nl. dat zijn teksten vooral bedoeld zijn om de lezer aan het werk te zetten en vrij te worden in zijn eigen ideeën over religie, macht, waarden, aarde, religie, enz. Dit loopt parallel met zijn eigen biografie in die zin van dat hij steeds weer zijn eigen vooronderstellingen en houvasten bevraagd.
  • We vroegen ons af wat de consekwenties is als de mens een vraagteken is en of je zonder constructie en houvasten kunt leven. En ook de cultuur heeft mooie muziek, literatuur en kunst voortgebracht die je niet kwijt wilt omwille van verandering of vernieuwing.

Verder nadenken over nihilisme en Nietzschee3fCaGr

‘Als God niet bestaat, is alles toegestaan’. Dostojevski.

‘Het nihilisme betekent niet het einde, maar juist het begin van de echte moraal’ Nietzsche.

De dubbelheid van Nietzsche rond zijn afwijzing van traditie en geloof en tegelijk zijn dubbelheid hier in (derde fase) hield me bezig. Ik ging verder zoeken in andere secundaire literatuur. De denkweg van Nietzsche is bijzonder omdat hij in zijn zoeken zichzelf in de strijd gooit, maar ook een fundamentele cultuuranalyse maakt en thema’s aansnijdt die we de 100 jaar na hem zijn tegen gekomen en nog steeds meemaken. Allereerst denk ik aan de sterkere nadruk op persoonlijke reflectie en een emancipatie uit voorgegeven modellen van leven en het zoeken van je persoonlijke weg. Hij staat hier in een traditie van denkers als Luther (Reformatie) , Spinoza en Voltaire (Verlichting) en radicaliseert deze zoektocht. Iets dat sinds de jaren ’50-’60 weer een vervolgstap heeft gekregen. Tegenwoordig stellen mensen allereerst de vraag; ‘Whats in for me?”. ‘Waar’ is wat voor hen persoonlijk relevant is. Ten tweede is hij waarlijk filosoof door de twee grote vragen te beantwoorden: wat is waar? (waarheidsvraag) en wat is goed en zinvol? (morele orde). De relativering van absolute God is doodwaarheden gesymboliseerd in het zinnetje “God is dood” is het begin van het moderne denken dat er veel betekenissen en waarheden zijn en het is aan de mens of groepen mensen om zich deze waarheden en betekenissen eigen te maken en voor op te komen. Iets wat voor ons gewoon is, maar in de 19de eeuw nog een nieuwe gedachte. Maar deze relativering van de waarheid is niet zonder gevaar. Nietzsche zag, in navolging van de pre-socraten, de werkelijkheid als een proces dat voortdurend aan verandering onderhevig was. Hij ontwaarde een onophoudelijke strijd tussen ‘interpretaties’, aangewakkerd door wat hij de onverzadigbare ‘wil tot macht’ noemde. Zo had het christendom als een dominante interpretatie van de werkelijkheid de illusie gewekt dat het was gebaseerd op de ‘waarheid’. Nietzsche zag het christendom daarentegen als een techniek van de middelmatige massamens om sterke, vrije geesten te onderwerpen. Veel van zijn denken is een verzet tegen die dominantie. Maar ook omdat ze te middelmatig is, een te armoedig ideaal.

In een doctoraal werkstuk van Michel Meijer vond ik vervolgens meer achtergronden over de cultuurkritiek van Nietzsche beschreven vanuit de confrontatie met het denken van Charles Taylor. Een cultuurfilosoof die bekend is van een aantal grote studies als ‘Bronnen van het Zelf’ en ‘Een seculiere tijd’. Studies naar de ontwikkeling van het individu en het proces van secularisatie door de eeuwen heen.

Hij ziet de essentie van het denken over nihilisme van Nietzsche als volgt:hoofden

  • Nietzsches cultuurkritiek start bij het besef van een gemis dat voortkomt uit een diep gewortelde, maar obsoleet geworden gewoonte; Nietzsche spreekt over deerniswekkende gerieflijkheid als het gaat om denk- en levensstijl van zijn tijdgenoten.
  • het afhankelijk maken van zin aan absolute waarheid, ofwel het funderingsdenken over zin en moraal.
  • Nietzsche laat zien dat menselijke articulaties en constructen van zin veranderlijk en cultuurgebonden zijn.
  • Nietzsche ziet de noodzaak van het deconstrueren van ‘traditiekennis’. Hij laat zien welke gevaren er zitten in de volledige identificatie met denkbeelden en religies. Volgens Nietzsche kan de traditionele moraal niet anders dan leiden tot vernietiging en ontbinding.
  • Het waarheidsgebod maakt juist ieder waardeoordeel onzeker en onbetrouwbaar, en spoort aan tot een blijvende twijfel.
  • Het credo van Nietzsche is dat elke verbintenis open moet blijven. Immers als er volstrekte identificatie is, als men volledig opgaat in een verhaal – zoals het fundamentalisme wil – dreigt het gevaar dat we de interpretatie van zin verabsoluteren, en in de oude fout vervallen om de interpretatie van zin voor de betekenis zelf te nemen.

nihilismeIk pik een aantal punten uit zijn overige conclusies

  • Nietzsche en Taylor, hoewel ook zeer verschillend, delen voor een belangrijk deel hun basisvraagstelling. Ze zoeken naar de wijze waarop de traditie doorwerkt in de posttraditionele orde en wat dit veroorzaakt aan problemen rondom zingeving en moraal.
  • Het grote verschil tussen Nietzsche en Taylor is de omgang en waardering van de traditie. Voor Taylor biedt de traditie juist een levendige veelheid aan morele bronnen, die het handelen kracht en zin geven.
  • Nihilistisch leven bestaat niet. Een mens kan niet in een tweeledig besef leven van aan de ene kant het moeten kennen van de waarheid om te weten hoe te handelen, maar dat DE waarheid niet bestaat. Taylor laat zien dat mensen altijd betekenis geven en iets van zin ervaren. Dit zie je terug in de dubbelheid die bij Nietzsche zichtbaar is in de derde fase van nihilisme (opm jvd)
  • Er zijn vele krachten werkzaam in een samenleving tav. de moraal. Er zijn in het morele leven twee zaken die niet genegeerd kunnen worden: waarheid en zin. De wil tot waarheid en het streven naar zin zijn noodzakelijke mogelijkheids-voorwaarden van het menselijk handelen. Als zodanig vormen zij de grondslag voor élke handeling of levensvisie.
  • Het conflict tussen waarheid en zin leert ons dat de nihilistische houding alleen dan onontkoombaar is als mensen vast houden aan een statisch en absoluut waarheidsbegrip. Dit is onhoudbaar met de pluralistische, open aard van de hedendaagse morele praktijk.
  • dat we in het hedendaagse debat over conflicterende waarden en constructen van zin niet zozeer gericht moeten zijn op de ‘waarheid’ van onze interpretaties en verhalen, maar meer op de waarde daarvan voor een menselijk leven, voor wat het betekent om als mens in de wereld te leven.
  • Taylor stelt dat identificatie met een ideaal menselijk onvermijdelijk is. Alleen wanneer de betrokkenheid open blijft, doordat er ook een zekere afstand mogelijk is, kan het samenleven in verscheidenheid gerealiseerd worden.

Slot

nietzsche2Ook als je het beeldmateriaal bekijkt is er veel over Nietzsche en het nihilisme geschreven en is mijn uitwerking maar een zeer klein aspect. De implicaties van de ontmaskering van een ‘eenduidige waarheid’ en het perspectivisme – er bestaan vele waarheden naast elkaar – dat Nietzsche beschreef zijn misschien pas nu, in de eenentwintigste eeuw, ten volle doorgedrongen in onze cultuur.  Mede geholpen door de pluraliteit van de media. Er ligt veel om dieper op door te gaan. Denk aan het denken van Jan Rotmans over de maatschappelijke kanteling die gaande is en de initiatieven van burgers die zich vraagstukken rondom zorg en energie naar zich toe trekken Denk aan de wijze waarop in de rechtse en linkse pers selectief wordt omgegaan met waarheid. Ook denk ik aan het groeiend traditionalisme in de Islam of de katholieke kerk en haar ‘kleine rest- strategie’.
Omgaan met wat waarheid is en moreel denken blijft een punt van aandacht. Het vinden van een juiste en goede weg van handelen kan alleen via debat, handelen en toetsing plaatsvinden. Een hachelijk, kwetsbaar en tegelijk onvermijdelijk pad. Dat is wat Nietzsche voorzag met  zijn formule ‘voor een daad van hoogste zelfbezinning’.

Andere bronnen:

Ik, Nietzsche, jij…

 

Simone Bassie en Michel Dijkstra

Jan van Diepen

2 reacties

  1. Nietzsche is zeer inspirerend. Momenteel lezen we met onze filosofieschool Ecce homo, waarin hij zijn filosofische autobiografie schrijft. Op mijn blog dasanderekoek vind je filosofisch gebak geïnspireerd door Nietzsche waaronder de Antikoek, Zwieback, rotsjes van Nietzsche en de machtige mueslikoek etc. Met een inleiding in de stijl van de betreffende boeken. Misschien leuk om te lezen?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s