Marjan Slob Hersenbeest. Essay

Marian Slob maakt zich in dit essay boos over hersenwetenschappers en hun pretenties. Zoals ze schrijft:’ Ik geloof hartstochtelijke dat we naast die machtige, succesvolle, kwantitatieve hersentaal over de mens ook een taal van de unieke en onberekenbare mens moeten koesteren’. Het boek gaat over veel thema’s die met elkaar samen hangen. Wat is wetenschap en hoe werken taal en denkmodellen? Wat zijn de verschillen tussen de exacte en geesteswetenschappen? Hoe moeten we begrippen als bewustzijn, ik, zelfreflectie definiëren? Wat kenmerkt de mens en wat betekent vrije keuze in denken en doen? Marjan Slob is niet over een nacht ijs gegaan. Ze is columnist voor de Volkskrant en recenseert boeken. Ze schreef zelf meerdere boeken en was werkzaam voor het Rathenau Instituut waar vanuit ze Europese burgerpanels van informatie voorzag over de stand van zaken m.b.t. hersen- en geesteswetenschappen.

Het boek is goed leesbaar en bestaat uit 19 hoofdstukken die je los kunt lezen, maar ook een opbouw hebben. Ze eindigt het boek met 23 samenvattende stellingen. Ik ga in op een aantal thema’s die in het boek worden aangepakt.

Thema’s

Je bent niet je brein.

Geest en brein zijn niet hetzelfde. We zijn geïnteresseerd in hersenonderzoek, omdat wehersenen meer willen weten over onszelf. De materiële blik die mogelijk is door snelle computers en technische mogelijkheden van hersenonderzoek en operaties versterken een bepaalde manier van kijken over onszelf en hoe we over onszelf spreken. We raken er aan gewend onszelf tot object te maken. Maar het brein en geest vallen niet samen, ze zijn niet identiek. De hersenen zijn een ding, maar de geest is iets anders. Omdat je hersenen bezit kan je geest zich ontwikkelen. Je bent dus niet je brein. De zorg van Slob is dat de kennis die samenhangt met de geest gaat verdwijnen en minder status krijgt. (p. 47)

Rol van taal.

De geestelijke kennis die ze hier bedoeld zit vervat in taal. De woorden die we geven aan ervaringen en kennis. Deze taal is een andere kennis dan die van biowetenschappers. In een citaat: De woorden van de geest verwijzen niet naar materiele zaken, maar ze beschrijven wel degelijk bestaande fenomenen. We bedoelen echt iets als we zeggen dat we ons verloren, sereen, ontstemd, of schuldig voelen. Die woorden zetten we in om onze rijkdom aan reële ervaringen te ontsluiten voor anderen – en in feite ook voor onszelf’. p.48

Ze stelt dat er verschillende talen zijn die verschillende soorten kennis opleveren en die elkaar niet overlappen. De kwantificeerbare onderzoekbare werkelijkheid onderscheidt zich van het geestelijke en het poëtische. Als hersenwetenschappers stellen dat de vrije wil niet bestaat dan reductioneren ze hun kennis tot hun eigen werkgebied. Dit heeft een dogmatisch effect. Filosofen en geestes-wetenschappers zullen ook andere aspecten/ talen willen gebruiken. En zolang er nog geen overeenstemming is gevonden zal het gesprek door moeten gaan. En uiteindelijk is dit is een van de centrale thesen van het boek n.l. dat willen filosofen iets zeggen over de mens en hersenen, dan zullen ze kennis van het onderzoek moeten hebben en van de achterliggende biologie. In die zin heeft de harde wetenschap het primaat. Aan de andere kant moeten de neuro-biologische wetenschappers nauwkeurig zijn over wat ze weten en wat ze niet kunnen aantonen. De schrijfster is scherp op de taal die door onderzoekers gebruikt wordt. Bijv. “Hersenen denken niet’. Neurowetenschappers die zich laten verleiden tot uitspraken over hoe een of ander deel van de hersenschors denkt of beslist, geven zoals ze schrijft, blijk van ‘metafysische beneveling’. Ze gebruiken metaforen en modellen als hulpmiddel, maar een metafoor is de waarheid niet. p. 56. Tegelijk geeft ze toch ook veel ruimte aan Damiaan Denys, een psychiater en hersenonderzoeker die via kleine elektrische impulsen mensen met dwanghandelingen te behandelen.

Licht tussen ervaring en het woord.

imagesSlob besteedt veel aandacht aan de menselijke ervaring en de poging van mensen om via taal deze ervaring te begrijpen. Hier raken we aan het denken van Wittgenstein van wie we eerder een boek lazen. Er zit licht tussen de ervaring en het woord dat de ervaring probeert te begrijpen. Dingen en woorden passen niet precies op elkaar, laat staan de kloof tussen ervaring en woord. En we kunnen ook niet precies weten of twee verschillende mensen dezelfde ervaring hebben. Niemand kan mijn pijn voelen en niemand kan in mijn hersenen (doosje met een kever van Wittgenstein) kijken. Maar toch kunnen we door onze ervaringen te delen elkaar helpen deze ervaringen te ordenen en te verdiepen. Taal komt niet van binnen uit, maar van buitenaf. Omdat anderen mij woorden aan reiken, leer ik mezelf kennen. Omdat we dezelfde woorden gebruiken kunnen we met elkaar communiceren. Ook al weten we niet precies of de ervaringen waar de woorden op slaan ook werkelijk aanwezig zijn. Hersenwetenschappers kunnen wel verschijnselen meten, maar op het moment dat ze deze gegevens interpreteren in woorden komen ze op gevaarlijk terrein. Dat komt omdat ervaringen als verlegenheid of geluk lastige ervaringen zijn die persoon kunnen verschillen.

Vrije wil.

De vrije wil is een filosofische kraker. De mens is een dier dat zich onderscheidt omdat deze kan handelen vanuit die vrije wil. Als de hersenwetenschappers schrijven dat mensen hun brein zijn en dat veel handelen bepaald word door automatismen en uit het onbewuste voort komen, stelt Slob dat het nodig is goed te definiëren wat we onder vrije wil verstaan. Volgens haar gaat het er om dat je voor je gedrag kunt kiezen en dat je dit bewust wil. Ze laat zien dat veel van ons handelen misschien wel onbewust is, maar dat komt omdat we dit gedrag geautomatiseerd hebben. Denk aan het trompetspel van Eric Vloeimans dat alleen maar mogelijk is door dagelijkse oefeningen. Onbewuste beslissingen zijn daarmee vaak typisch jouw beslissingen.

Omgaan met impulsen.

Hiermee samen hangt het thema van het omgaan met impulsen en verslavingen. Valt er veerkrachtiets bewust te kiezen voor mensen die verslavingsgevoelig zijn. En zijn we dat allemaal niet een beetje. Vrijheid van handelen is bewust kiezen. Als mensen verslaafd zijn aan roken worstelen ze met de wil om te stoppen. Willen ze wel willen stoppen? De keuze om echt te willen is een belangrijke stap. Vrijheid is te begrijpen als het ervaren van harmonie of overeenstemming tussen de wensen, impulsen en verlangens op allerlei gebieden en niveaus in je leven. Ofwel de afwezigheid van spanning tussen dat wat je werkelijk wilt en dat wat je zou willen willen. Je bent vrij als je dat doet waar je waarde aan hecht en wat bij je persoon past. Jouw vrijheid is het programma van waarden en inzichten waaraan jij je bewust verbindt en waar je toekomstig gedrag mee kunt sturen. Om tot programma te komen is het nodig om je een tijdlang met wilskracht neigingen te weerstaan. Dit oefenen gaat je bewuste gedrag overnemen. Op een gegeven moment merk je dat het geen moeite meer kost om een sigaret te laten staan. Je kunt je onbewuste beslissingen – je automatismen – weer vertrouwen. Het meest vrij ben je als je onbewust doet wat je ook bewust zou willen doen. Omdat je geoefend hebt. ‘Dan drukken je impulsen moeiteloos je wil uit. Zij noemt dit ‘Pure vrijheid’. p.103

Omgaan met het lot.

Slob gaat in op de vrijheid in het omgaan met het lot. Ze gebruikt hiervoor het boek van Imre Kertész ‘Onbepaald door het lot’ waarin de schrijver zijn gebeurtenissen als vijftienjarige beschrijft die overleeft in een concentratiekamp. Thema is dat de mens zich zijn lot toe-eigent. Dan pas komt er ruimte voor vrij handelen. Hoe miniem die ruimte ook is. De beslissing om te handelen op grond van een bepaalde mogelijkheid die je ziet kun je vrijheid noemen. Je pakt de vrije ruimte. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn onze woorden voor een goede omgang met het onbestemde.

Mensen dubbelen de werkelijkheid.

De wisselwerking tussen brein en geest wordt onderzocht door de filosoof Metzinger. Hij gaat er van uit dat de wereld die we als mens waarnemen niet de werkelijkheid zelf is, maar het beeld dat we hebben van de wereld. Anders gezegd: je organisme biedt je een virtual reality van de realiteit. Je hersenen creëren een interface tussen de realiteit en jouw ervaring van de werkelijkheid. En dit interface is zo goed, transparant en gebruiksvriendelijk dat het lijkt alsof deze er niet is. Wat we dus doen is dat we een beeld maken van de werkelijkheid. Eigenlijk een verdubbeling. Waarom doen we dat? Volgens Metzinger is veel van wat we doen geautomatiseerd. Bijv. wekelijks bepaalde boodschappen in het karretje leggen. Bij het inschatten van een verkeerssituatie moeten de hersenen veel factoren met elkaar combineren en toekomstmogelijkheden inschatten. Je beschouwt de werkelijkheid vanuit een beleving van samenhang. Bewust zijn is dan de innerlijke ervaring van een model of beeld van de omgeving waarin veel soorten kennis en informatie bij elkaar zijn gebracht (de omgeving, je gemoedstoestand, je herinneringen) Door die onbewuste handelingen blijft er voor de hersenen ruimte over voor andere zaken die je bewust kunt aanpakken. Dat vergroot je overlevingskansen. Bewust zijn is dan het inschatten van mogelijk handelingsrepertoire of scenario’s die bij elkaar mensen flexibeler maken. Je zou dus kunnen zeggen dat je hersenen via het bewustzijn het ‘managementprobleem’ oplossen en de juiste aanpak doordenken. Dat gebeurt vooral in moeilijke situaties waarin we onze hersenen horen kraken. We zijn dan onze interface – ons beeld van de wereld – zeer bewust.

Bewustzijn is een interface.

creativiteit-innovatie-en-het-brein-300x272Dit bewust zijn – de werking van de interface – is ook het begin om te spreken over het ego. Ik ben me bewust en zet de situatie naar mijn hand. Bewustzijn is dan ook zelfbewustzijn. Door in de wereld te acteren zoals hierboven beschreven vanuit het model van een interface plaats je jezelf ook in de tijd en in een ruimte. En met die factoren kun je spelen. Jij en de omgeving zijn beweeglijk ten opzichte van elkaar. Je kunt in de tijd en de ruimte zijn, maar er ook buiten staan. Je kunt spreken van een binnen en een buiten. Ze spreekt over het ik als een zelfmodel dat de mens stabiliteit en focus geeft. Het is opnieuw een beeld. Je ervaart dat beeld van jezelf zo direct en onmiddellijk dat het niet opvalt als model. Het ik is een woord voor de zelforganisatie die in de hersenen plaats vindt. Niet meer en minder. Het zelf is geen ding maar een proces. Als je in een droomloze slaap bent bestaat er geen ik. Het is volgens Metzinger ook moeilijk om op dat ik of zelf te reflecteren. Het zelf is de voorstelling die het lichaam van zichzelf creëert. Het zoeken naar het eigen zelf is eigenlijk een illusie. Alles stroomt en mensen en hun ik stroomt eveneens. Je kunt volgens Metzinger niet spreken over een zelfstandige kern die in onszelf huist. Een zelf. Je kunt wel spelen met beelden over jezelf, je verwonderen en verbazen over wie je vroeger was, wie je nu bent. Je hebt je een beeld gevormd van wie je bent en je kunt reflecteren op de ervaringen die je hebt meegemaakt, maar er is geen innerlijke kern. Het is je beeld van jezelf die je handelingen stuurt. Wanneer je je gedraagt vanuit je programma over jezelf en zo veel mogelijk bent wie je wilt zijn stuur je jezelf en beïnvloedt je je omgeving. Het is je betere ik. Maar geeft dit antwoord op de stelling van de hersenwetenschappers die stellen dat je alleen maar je brein bent. Volgens Slob zit je zelf in het omgaan met impulsen vanuit het lichaam. Veel in ons leven is geautomatiseerd (adem halen, eten verteren, fietsen) Soms ben je je wel bewust van een impuls en kies je er voor om hier aandacht aan te geven. Dit is de mentale handeling die selecteert tussen min of meer bewuste impulsen: wat wil je nu opmerken en wat verkies je op dit moment om te negeren. Het zijn onze hersenen die voortdurend de veelheid aan impulsen filteren. Je ziet iets en interpreteert de gegevens en feiten. Het zijn een soort feedback lussen. Als er niets verontrustends is wat voorbij komt geven je hersenen hier geen aandacht aan. Is er wel iets dan gaat de aandacht daar naar toe en ontstaat er een bewustzijnsmoment. Je merkt dat je iets verwerkt. Sommige schrijvers hebben geprobeerd om dit innerlijk proces te beschrijven. Bijv. Virginia Woolf die beschrijft hoe half afgemaakte gedachten elkaar afwisselen in je hoofd. Gedachten komen op en verdwijnen weer. In dit model wordt een beetje verklaard hoe je als mens, vanuit het zelf aandacht besteedt aan bepaalde impulsen en gedachten. De ruimte om aandacht aan het ene te schenken vergroot je vrijheid meer te worden wie je wilt zijn. Dat wat je aandacht geeft groeit en versterkt je zelf.

De bekende psycholoog William James schreef hier al 100 jaar geleden over. Hij gaat in op het dilemma: in bed blijven liggen of opstaan. Het stelt dat het nadenken over het dilemma beide posities sterk maakt. Juist door even niet na te denken over de vraag (wel of niet uit bed komen) geeft ruimte aan de impuls om uit bed te komen. Zijn idee is dat handelingen mogelijk niet om een beslissing vragen. Als jouw gedachte aan de handeling sterk genoeg is, dan handel je. Wat gebeurt is dat de impuls die het sterkst aansluit bij jouw waardestelsel maakt dat je handelt. Daarin ben je het meeste jezelf. Bewustzijn of het ik is daar niet bij nodig. Je neemt geen beslissingen, maar groeit naar beslissingen toe. Of beter. Je groeit naar gedrag toe en dan spreek je om sociale redenen over beslissingen. P. 162. Ook hier is aandacht de sleutel. Aandacht focust de veelheid aan hersenprocessen en gedachtelijnen die geactiveerd worden door impulsen. Daar is volgens Herman Kolk geen ik voor nodig. De idee van James in 1890 wordt bevestigd door hersenwetenschappers van nu. In de hersenen wordt een gebiedje geactiveerd als je je aandacht moet mobiliseren voor ongewone situaties. Datzelfde hersengebiedje licht ook op als je een beloning krijgt of waardering. Versterken en waarderen zijn in ons lichaam bijna synoniem. In het woord aandacht schenken wordt een mechanisme zichtbaar waarbij datgene wat we waarderen, wat we motiverend vinden, de spil is waar zowel het systeem van aandacht als het systeem van bekrachtiging om draait. Samengevat: We schenken aandacht aan datgene wat ons motiveert.

In een klein verhaal: Een oude man vertelt zijn kleinzoon dat je de goede en de slechte impulsen die in ons leven zou kunnen zien als een witte en zwarte wolf die met elkaar vechten. De ene wolf staat voor arrogantie, zelfmedelijden, leugenachtigheid enz. De andere voor alles wat mooi is aan een mens: vreugde, trouw, compassie enz. Noem maar op. Het jongetje vraagt: Welke wolf wint, opa? En de oude man antwoordt: De wolf die jij te eten geeft.

Het gaat om de impuls die jij aandacht schenkt. En als je de impulsen voedt die je belangrijk vindt vergroot je je vrijheid. Kortom de vraag waar je al met al waarde aan hecht. Elke mens moet kiezen tussen korte termijn en langere termijn belangen. Juiste die indirecte belangen vergen training. Het kost tijd en aandacht, beheersing en zelfcorrectie. Er zijn mensen die de waarde van duurzaamheid, rechtvaardigheid, opmerkzaamheid, vriendelijkheid en zo meer dusdanig verinnerlijkt hebben dat ze inmiddels semi-automatisch reageren in lijn met die deugden. Ik zie bij hen geen worsteling en frictie meer, geen wolven die grommen en strijden. Denken en doen lijken bij hen helder samen te vallen. Om tot die houding van woorddaad- dabar te komen is de weg van de aandacht een manier. Via aandacht kan je jouw wereld naar jouw hand zetten- met jezelf er bij. Aandacht is je schat.

Bespreking

burgerschap 2We waren positief over dit boek. Het is informatief en tegelijk roept het mooie filosofische vragen op die aanzet waren voor een goed gesprek. Een aantal van ons had de boeken van Schwab gelezen, maar hadden datzelfde gevoel als Slob dat daarmee toch nog niet alles over de mens gezegd was. Het is te versimpelend en eendimensionaal. In het gesprek bleef de verhouding tussen kwantitatief hersenonderzoek en het belang van geesteswetenschappen een thema. Slob gebruikt hiervoor het beeld van twee kinderen die in het zand een kuil naar elkaar toe graven en waarbij geprobeerd wordt om elkaars hand te pakken. Zo moeten de neuro-biologen de geesteswetenschappers elkaar bereiken. Slob eindigt haar boek met de hoop dat de twee manieren van kijken met hun eigen taal en denkmodel elkaar gaan zien als aanvullend. Het gaat er dus niet om dat ze in elkaar opgaan. Een derde taalveld is dat van de poëzie. Boeiend vonden we ook de stukken over de eigen vrijheid. Je moet willen wat je wilt.

Een mooie aanvulling op het thema van brein en zelfbewustzijn is de uitzending van de volmaakte mens uit 2015 van de VPRO. Als het zelf niet bestaat kun je je de vraag stellen wat dat met de mens doet. Wordt de mens rationeler, cynischer, of zoeken mensen nieuwe houvasten. Ook komt de vraag naar voren wat er gebeurt met mensen als we steeds meer biologisch naar onszelf gaan kijken. Zie https://www.npo.nl/de-volmaakte-mens/27-05-2015/VPWON_1231935

Eén reactie

  1. […] De teksten laten zien dat de vraag van de vrije wil een thema is dat filosofen al vele eeuwen heeft bezig gehouden. Niet gek omdat het gaat over het complexe gedrag van ons als mensen en de mate waarin we anderen kunnen aanspreken op bewust handelen en verantwoordelijkheid. Een breed aantal disciplines komen aan bod: biologie, evolutie, rechtspraak, gedragswetenschap en natuurlijk filosofie. In beide boeken komt een discussie steeds terug. Aan de ene kant Dick Schwab met zijn boek ‘Wij zijn ons brein’ die de nadruk legt op de biologie en de grote invloed van de hersenen op ons gedrag en de wil. Aan de andere kant is er ook veel verzet tegen deze biologische/ deterministische verklaring voor het gedrag van mensen, zoals we lazen in het boek ‘Hersenbeest’ van Marian Slob. (Zie) […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s