Achterhuis – van Buren. Erfenis zonder testament. Filosofische overwegingen bij de tien geboden.

Dit nieuwe boek van Hans Achterhuis en  Maarten van Buuren scoorde  met een gemiddelde cijfer van 8 zeer hoog.  Het is  een geschikt leesgroep boek, omdat het verdieping geeft van de bekende 10  leefregels doordat de schrijvers  de regels plaatsen in hun historische context. Vervolgens zetten ze tegenover de geboden een  aantal filosofische denkers, waardoor de bijbelse levensvisie een actuele duiding krijgt. En tenslotte proberen ze een balans op te maken van wat je als mens of maatschappij nu kunt met deze denkoefening. Het is de klassieke werkwijze van een dominee of pastor die een zondagse verkondiging schrijft.

De 10 leefregels kunnen ingedeeld worden in twee rijtjes van 5 regels. De linkerrij gaat over de omgang met God en behandelt het eren van God en geen andere God, het verbod op het maken van afbeeldingen en het vieren van de sabbath. De rechterrij gaat meer over het samenleven van mensen. Gij zult niet begeren, niet doden enz. Het is ondoenlijk om alle thema’s in deze beschouwing samen te vatten. Ik geef enkele onderwerpen die bij mij zijn blijven hangen en datgene dat in onze groep het meest opviel.10-geboden

1. Monotheisme, secularisatie en religieus gemotiveerd geweld. 

Hans Achterhuis is bezig met de vraag naar het ontstaan van het monotheïsme en het effect daarvan op ons denken. Hij laat goed zien dat de Bijbelse verhalen over de ene God van de joden en de historische juridische achtergrond er van, verbindend werkt om de twaalf stammen van het joodse rijk een gezamenlijke geschiedenis en onderlinge band te geven. De ene God van Israël was een reactie op de oude godsdiensten die mensen offerden. Maar dit zoekproces binnen het Jodendom ging niet van zelf. Denk aan de gebeurtenissen rond het maken van het Gouden kalf en het offeren van Isaac door Abraham. Volgens Achterhuis kent de ontwikkeling van het monotheïsme twee  uitkomsten of gezichten. Ofwel:

  1. De enige, absolute, transcendente en onzichtbare God maakt de weg op aarde vrij voor de mens. Doordat God zo groot is, niet kenbaar of te manipuleren is, ontstaat er ruimte voor de mensen om zich te ontplooien en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn leven, zijn naasten en de aarde. Dit is de achtergrond van een lang proces van secularisatie en zelfwording van de mens, zoals we dat nu zien. Deze absolute transcendentie van God kan voor de moderne mens in deze tijd ook een tegenwicht bieden tegen alle gewelddadige en totalitaire pretenties van ideologieën en religies. Religie voorbij de religie.waarheid
  2. Tegelijkertijd kan het denken over een monotheïstische God leiden tot een eigen geloof als de enige ware.De negatieve erfenis daarvan is het religieus gemotiveerd geweld.Als mensen en groepen gaan zeggen’Dit is de waarheid’ en deze  kan niet naast een andere waarheid staan. Religie als waarheid heeft zeer gevaarlijke en kwalijke kanten en dit waarheidsconcept is ook zichtbaar buiten de religieuze grenzen. Zie het communisme dat dwingend en agressief was. De waarheid van de mens kan net zo wreed en gewelddadig zijn als die van de ene God. P50.  De niet gelovige wordt gedehumaniseerd.

Voorkomen dat geloof verandert in ‘Waarheid’ kan alleen door voortdurende tekstanalyse en open debat.  Jodendom en christendom  hebben wat dat betreft de ‘genade van de geschiedenis’ ontvangen. Door schade en schande is het onderscheid tussen ‘geloof en waarheid’ ontdekt. Dit wordt door Achterhuis verder uitgewerkt in zijn boek Vreedzaam vechten.Ook stelt hij dat een niet monotheïstische godsdienst als het  Hindoeïsme makkelijk integreert  met het boeddhisme. Deze religies leggen minder nadruk op ‘waarheid’. De vreedzame kanten van hun traditie hebben ze open gehouden tegenover de gewelddadige kanten.

2. Traditie en moderniteit.

overstapEen tweede thema wat aan bod komt is de verhouding tussen traditie en moderniteit. Er is natuurlijk een grote afstand tussen de periode van de 10 geboden en onze tijd. Achterhuis stelt dat we als mensen in deze tijd denken modern te zijn, maar dat er nog vele traditionele elementen in ons gedrag te zien zijn.We zijn nooit helemaal modern geweest.We slepen feitelijk allerlei elementen uit onze traditie mee en we hebben de nodige lessen en waarden uit de traditie nodig. Achterhuis geeft een aantal voorbeelden.

  • Omgang met natuur verandert door Grieks en Joods denken.
  • Sabbath. Belang van niet werken ook voor slaven.
  • Arbeidsethos p. 111
    • Innerwelt asccese. Onthouding vanuit kloosters door de reformatie de maatschappij ingekomen.
    • Belang van maatschappelijke ritmes. Huijer.
  • Gemeenschappelijke tijdsstructuur.

De opzet van het boek en het betoog van de schrijvers laat juist zien dat het heel goed mogelijk is om kennis uit de traditie mee te nemen naar het samenleven nu. Het gaat niet om traditie of moderniteit, maar om en het een en het ander. Het zijn twee ideaaltypen. Blikrichtingen die helpen om losse verschijnselen te ordenen.Het gaat niet om een eenduidige waarheid, maar het accent komt dan te liggen op de ontwikkeling van ideeën en als mens die in deze tijd leeft een goed meenemen van de argumenten. De schrijvers laten zelf ook goed zien welke waarden ze hanteren en keuzes die ze maken.

3. Doorgeven van de traditie. 

In het hoofdstuk over de leefregel ‘Eert uw vader en uw moeder’,  noemt Achterhuis het

Joodse woord kab’ed. Dit is betekent zwaar maken of gewicht geven of zwaar maken.  Dus niet eren of liefhebben. Het is meer op afstand houden respect tonen, ze hebben recht op een eigen plaats en verhaal. Zoals je ouders respect geeft zo kun je ook kijken naar het doorgeven van de traditie. Een centraal thema in het jodendom. P 123. Ricoeur noemt dit narratieve identiteit. Bij alle verhalen uit het verleden gaat het ook over toekomst. Een voorbeeld van het tijdsbegrip van de joodse  cultuur is hoe aartsvader Jacob  Tamar de verhalen vertelt. Centraal idee van het jodendom is dat het verhaal uit het verleden doorverteld  moet worden, want doorgeven van de traditie leidt tot ‘goed en wijs’  leven. Achterhuis haalt ook het boek Jozef en zijn broers aan van Thomas Mann. Centraal begrip is het ‘eens’. Het ik kijkt achteruit en vooruit.  Veel mensen zijn alleen bezig met het eens van het verleden, maar niet met het eens van de toekomst. We moeten onze hoop ook levend houden.

 4. Gij zult niet mimetisch zijn.

De laatste leefregel is Gij zult niet begeren. Achterhuis betoogt in dit hoofdstuk dat dit mimesis-girardgebod niet op te volgen is. En hij buigt de regel om naar ‘Gij zult niet mimetisch zijn’. Hij baseert zich daarbij op het werk van René Girard en zijn denken over de mimetische begeerte. Mimese betekent nabootsing of imitatie. Achterhuis maakt een aantal interessante stappen in zijn hoofdstuk waarbij hij zowel de exegese als de economie als het persoonlijk gedrag van mensen richting geeft. Hierbij een poging om zijn stappen na te lopen.

  • Bij alle grote godsdiensten lezen we  dat begeerte slecht is en beteugelt moet worden.  Achterhuis heeft daarbij kritiek op Karen Armstrong die wat dit betreft de grote godsdiensten te veel over een kam scheert. Naar zijn idee geeft het Jodendom geen oordeel met een psychologische strekking, zoals veel andere godsdiensten. Het Jodendom wijst begeerte af omdat dit leidt tot strijd met de naaste, de stamgenoot en dat is slecht. Tweede verschil ligt in de aard van het begeren. Het woord ‘Hamad’ draait om het materieel grijpen naar het bezit van de ander, wat door joden afgewezen wordt.
  • Met het begrip mimetische begeerte laat Girard zien dat veel menselijke conflicten tot mimetische begeerten kunnen worden herleid. We botsen met anderen omdat wij willen hebben wat anderen bezitten. Dat kan om materiële zaken gaan, maar ook om respect, bewondering, of liefde.
  • Volgens Achterhuis ontmaskert de mimetische begeerte de mythe van de authenticiteit. We denken in veel zaken origineel en authentiek te zijn, maar feitelijk kopiëren we veel gedrag van anderen. Juist het bezitten door de ander maakt dat dingen begeringswaardig. Menselijke verlangens kunnen elkaar zo in een eindeloos proces versterken. En conflicten worden zo onvermijdelijk. Dit is terug te lezen in Griekse mythen en verhalen, maar ook in de bijbel. Met name als mensen dicht op elkaar leven (familie) is het gevaar van mimetische begeerte groot.
  • Volgens Achterhuis is ook God een jaloerse God die vaak strenger straft dan de God van Babel die hij bestrijdt. Als een naijverige God duldt hij in het eerste gebod niet dat het volk Israël andere goden voor zijn aangezicht heeft. Daarin is JHWH evengoed mimesis 2mimetisch. Toch is er in het oude testament een ontwikkeling te zien van een straffende God naar een liefhebbende God . Denk bijvoorbeeld aan het verhaal van Elia die de stem van God hoort in het ‘suizen van een zachte koelte’.
  • De leefregel van Gij zult niet begeren kan volgens de schrijver  onmogelijk opgevolgd worden omdat a. er in de loop van de joodse geschiedenis, die een vervolg krijgt in het christendom, een proces op gang komt van ‘verinnerlijking’. Denk aan de zin: zoek God niet in een gebouw of op een bepaalde plaats, maar in en bij jezelf’. of: Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten- spreekt de Heer: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en in hun hart schrijven. (Jeremia 31, 33)  In het Nieuwe Testament is deze verinnerlijking terug te vinden in de Bergrede. Dat mensen in hart zaken van een anderen begeren is volgens Achterhuis onvermijdelijk. De vraag is of mensen er ook iets mee doen. Of ze hun begeerten navolgen. b. een tweede reden waarom mensen die gebod niet kunnen uitvoeren is gelegen in het feit dat mensen maar moeilijk hun mimetische gedrag kunnen erkennen. Het moderne mensbeeld van authenticiteit en originaliteit is in ons geplant door de Romantiek. En filosofisch en literair ingeleid door Jean Jaques Rousseau. c. Een derde reden is de onduidelijkheid van het begrip begeerte. Is begeerte los van het leven met andere  mensen te denken? En moet begeerte altijd tot conflicten leiden?  Volgens Achterhuis ontwikkelt mimetische begeerte zich als er andere mensen in het spel komen. Maar zo schrijft hij is juist ook de samenwerking en concurrentie tussen mensen iets wat zorgt voor dynamiek en ontwikkeling. Je zou kunnen spreken over extreme en gematigde schaarste en daarmee leidend tot conflict of samenwerking. Als het gaat om salariëring van bankdirecteuren kun je spreken over gerechtvaardigde beloning dan wel over graaigedrag.
  • Volgens Achterhuis is het tiende gebod uiterst actueel en toepasbaar op ons dagelijks leven. Allereerst gaat het om een onbewust proces dat ook terug te lezen is in Bijbelse verhalen. Volgens Achterhuis ontwikkelen  God en de mens  zich en naarmate de mens zich ontwikkelt en wordt ook de mimetische straffende God minder straffend. Bekende filosofen die over economie schrijven, Keynes en Skidelsky, spreken over maatschappelijke groei en het in de toekomst verminderen van de inkomensverschillen tussen mensen zijn veel te optimistisch, maar ze doorzien volgens Achterhuis niet het mimetische dat breeduit in de economie zit. In alle reclame uitingen zie je de driehoekstructuur van de begeerte. Omdat jouw sportheld een bepaalde boxershort gaat dragen, wil jij ook de boxershort hebben. De groeidwang van de economie en de daar aan gekoppelde noodzaak om steeds meer te consumeren kan en moet van een religieus en filosofisch vraagteken voorzien worden.

Uit de bespreking.

  • Een aantal leden van de groep waren gecharmeerd van het hoofdstuk over leefregel 9 Gij zult geen valse getuigenis afleggen dat door Maarten van Buuren is geschreven. niet-liegen.Het hoofdstuk heeft als titel ‘Leugens waar we  sterk van worden. De regel heeft als geschiedenis dat rond 700 voor christus de rechtspraak zeer gebrekkig was. Iedereen kon iedereen in het openbaar van alles beschuldigen. Het gaat zowel om openbaar gedrag, maar ook om geroddel over de privésfeer. Degene die door roddel getroffen wordt kan  zich bijna niet verweren. Toch staat de reputatie dan wel eer van de persoon op het spel. Augustinus gaat er van uit dat je altijd de waarheid spreekt. Hugo de Groot stelt echter dat je alleen de waarheid spreekt tegen iemand die er ook recht op heeft en er geen misbruik van maakt. In de ontwikkeling van denken passeren een reeks van filosofen en denkers hun visie geven op het spreken van de waarheid of de mogelijkheid om niet altijd de waarheid te spreken. Sartre en Nietzsche gaan uit van de verantwoordelijkheid van de mens om zichzelf in de ogen te kijken, jezelf te onderzoeken en jezelf steeds opnieuw uit te vinden. Dit is geen gemakkelijke opdracht. We spraken ook over de mogelijkheid dat je in je leven domme keuzes hebt gemaakt  en steeds opnieuw geconfronteerd wordt met die werkelijkheid. Is er dan ook de mogelijkheid van vergeving.
  • Een tweede thema dat aansprak was dat van de geschiedenis en aanpak van de commongroundMeent. Dit komt aan de orde in het hoofdstuk over de leefregel Gij zult niet stelen. Dit lijkt een simpel verbod. De bijbelse opvatting is bijvoorbeeld dat mensen met bezit dit delen met de bezitlozen in de samenleving. Dat zit in regels als het Sabbathjaar en Jubeljaar. Maar ook in praktische regels als de randen van de akker aan de armen laten. Een profeet als Amos verwoordt deze maatschappelijke ongelijkheid. . Degene die zin bezit gebruikt om anderen uit te sluiten van zaken die hen rechtmatig toekomen, steelt van hen. Dit is de bijbelse logica of grondidee. P 188.  Achterhuis actualiseert dit gebod in de mogelijkheden van gemeenschappelijk bezit en de principes van de meent. Gemeenschappelijke grond was dat deel van de omgeving dat buiten iemands drempel lag, maar waarop mensen een erkend gebruiksrecht hadden. Men kon de meent gebruiken om daarmee in het levensonderhoud van zichzelf te voorzien, maar niet om er geld of winst mee te maken. De geschiedenis van dit gemeenschappelijk bezit is uitgebreid beschreven.  . Achterhuis vertelt over een vakantie in de Queras, waar de bossen nog steeds gemeenschappelijk bezit waren. Dit betekende dat je vrij kon kamperen en vrij van het schone bergwater gebruik kon maken. Dit alles was fijn, maar sprak ook de verantwoordelijkheid van Achterhuis aan om zorgvuldig met het water om te gaan. Daarnaast geeft hij het voorbeeld omgaan met land op Kreta. Als een ondernemer een project wil starten botst hij met de bevolking omdat niet duidelijk is wie de eigenaar is van de grond. Het zijn twee logica’s die botsen. Tegenover gezamenlijkheid  en collectief beheer, staat het verhaal van persoonlijk bezit. De katholieke kerk heeft in haar sociale leer privebezit erkend om het 10-geboden-vergetenlevensonderhoud van de armen te beschermen. Maar ook aan de plicht voor eigenaars om verantwoordelijkheid te nemen voor de leden van de gemeenschap. En daarmee de onderlinge relatie te bewaken. Daarna erkent Achterhuis het belang van kleinschaligheid als alternatief en beschrijft de opzet nieuwe meent in hof van Twello.
  • Hoewel dit boek nadrukkelijk uit gaat van een joodschristelijke traditie bleken de vragen en thema’s universeel te zijn en was de groep gecharmeerd van de informatie en insteek van de schrijvers.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s